Posted on

Het moet voor Els mijn huishoudelijke hulp, een bijzonder gezicht zijn geweest. Een 28-jarige cliënt die huilend op de bank zit. Ik zie er uit als een alien. Uit mijn oren steken de twee groene flubbertjes van mijn oordopjes. Een aantal woeste krullen vormen een pluizende halo boven mijn hoofd. Bedenk dan nog even een kleine teckel erbij die ondertussen de tranen van mijn wangen aflikt. Ik snap het wel, ik hou van zoute chips. En dus houdt hij van mijn zoute tranen. Ja, enigsinds buitenaards zal het er wel uit hebben gezien. Ik heb haar op zijn minst een afwisselende werkdag bezorgd.

In de woning boven mij zijn ze zonder aankondiging vanmorgen begonnen met het uitbikken van de betonnen vloer. Met een zorgzame blik kijkt Els me aan. Ik twijfel of ik zal proberen haar uit te leggen dat ik dit geluid als een soort ‘vezelpijn’ ervaar. Het doet niet alleen zeer aan mijn oren, maar hard en fel geluid doet letterlijk pijn aan mijn huid. Alsof ik door honderden bijen tegelijk word gestoken. Mijn frustratie over mijn NAH en dit soort praktijkgevolgen is even groter dan de schaamte voor hoe ik erbij zit. Want het voelt echt wel genant; janken als een klein kind door iets als een drilboor. Als ik de woorden door mijn hoofd hoor gaan, besluit ik te zwijgen. Straks denkt ze nog echt dat ik van Mars kom.

‘Waarom ga je niet naar het huis van je moeder?’  De tranen springen ongecontroleerd uit mijn ogen. ‘Ik.. ja, misschien is dat wel een goed idee.’ Denk Fara, denk. Denken, het lukt niet meer. Wat moet je meenemen? Cola. Ja cola, mijn moeder heeft enkel van die biologische limonadesiroopjes. En dan vaak nog in van die bijzondere smaken. Rozenbottel, gember, bietensap. Als ik naar die flesjes kijk, ziet het er in mijn ogen altijd uit als limonade die al aan het schimmelen is. Troebel spul, doe maar pikzwarte cola. Naast de cola steek in mijn laptop, telefoonoplader, en een dekentje in de tas.

Een half uur later zit ik op de trap in de hal van mijn moeder. Stilte, hoe fijn kan het zijn. Sep staat enthousiast te kwispelen bij een witte envelop dat uit een kastje met rietenmandjes steekt. Naast de envelop ligt een boterhammenzakje. Het siroopassortiment  van mijn moeder verraadt al het een en ander, maar mijn moeder is echt een next level biotype. Waar de gemiddelde Nederlander al trots is als hij het plastic apart van GFT weggooit, scheidt mijn moeder haar afval minstens in vijf categorieën. Bij de deur staat zo een afvalgrijpertje, gaat ze eens in de zoveel tijd mee op vuilnisjacht. Het prikkertje doet me altijd denken aan de buurvrouw die ik in het ziekenhuis had. Ze was een jaar of 60 en zat in een rolstoel en had zo een prikkertje aan haar rolstoel geknoopt. Onder het mom van ‘voor als ik iets laat vallen’. Ik zou iedereen er de hele dag schaamteloos mee in zijn billen knijpen denk ik. Zij hield het bij kuiten.  

Ik vraag me af of de envelop niet gewoon afval is dat nog in haar papiermand moet. Misschien toch even openmaken die envelop Fara. Hij voelt leeg, maar straks blijkt er geld in te zitten. Al past briefgeld ook prima in de categorie ‘papiermand’. In de grote envelop zit een ander klein wit envelopje. Ik herken het meteen. Het is zo’n wit envelopje waarin cocaïne bewaard wordt.

Compleet flabbergasted sta ik in de hal. Het ene moment ben je op de vlucht voor een drilboor en zit je jankend in je badjas op de bank, en nu sta ik in mijn alienlook met een envelopje cocaïne in de hal bij mijn moeder. Mijn adrenaline en cortisolspiegel gaan compleet door het dak. Razendsnel switcht mijn alienmodus naar mijn Hallo- hier-is-Peter R. De Vries-modus. Coke? In het huis van mijn moeder? Als ze het buiten heeft gevonden, waarom heeft ze het dan niet weggegooid? En wat doet dat boterhammenzakje daarnaast? Het zal toch niet van haar zelf zijn? Ik besluit mijn vriendinnetje Maaike te bellen, mijn partner in crime.

 ‘He allerbeste, liefste en nog zoveel meer, met mij. Je raad nooit wat! Ik ben dus gevlucht uit mijn eigen huis  omdat de woning boven mij verbouwd wordt en nu sta ik met een envelopje cocaïne in het huis van mijn moeder. Gevonden in haar gang!’
-‘Huh wat? In het huis van je moeder?’ Hysterisch begin ik haar alle mogelijke scenario’s voor te leggen. ‘Faar. Stop. Ik denk dat ik zojuist Flip zag lopen.’ Flip, als in Flipper de Flap je ex?’ – Ja. Nou ja, hij leek er heel erg op, alleen zijn voorste pluk haar was ineens geblondeerd.’ Ik ben nogal een visuele denker en schiet in de lach. ‘Maaik, daar lijkt hij me niet echt het type voor. Nou niet echt, zeg maar totaal niet.’
Samen nemen we alle mogelijke scenario’s door over mijn drugvangst. Plots hoor ik haar het gesprek aangaan met iemand anders. Flip, hij was het dus toch. Zo hard mogelijk schreeuw ik door de telefoon: ‘No way, zeg hem ook even gedag namens mij!’ Ze heeft me op standje negeren gezet. Ik hoor hem vertellen dat hij net van de tandarts komt. Er verschijnt een grijns op mijn gezicht. Aha, dat verklaart de blonde lok. De tandarts heeft vast in plaats van zijn tanden een lok van zijn kapsel gebleekt.   

Als ze haar conversatie met Flip heeft afgerond begint ze terug te gillen in mijn oor. Juist, die oren die al half doof waren van die drilboor. Onze adrenaline en cortisolspiegels zijn inmiddels op gelijk niveau. Al levelen we altijd wel lekker. Ze is briljant. Zelfs op dit soort ellendige dagen waarin ik extra geconfronteerd wordt met overprikkeling door mijn hersenletsel weet ze me aan het lachen te krijgen. Ik besluit de volgende keer dat ik mijn moeder zie het haar maar gewoon te vragen. Zou Peter R. ook doen. Doodmoe ga ik zitten in haar launchstoel in de woonkamer. De colafles heb ik op het bijzettafeltje gezet. Sep heeft een bot gevonden in zijn logeermand. Fijn, rust.

Een uur later zwaait ineens de keukendeur open. ‘Hey Seppio!’ Het is de stem van mijn moeder. Daar staat ze, in haar witte badjas in de woonkamer. Goed, ik heb dus net hysterisch als een 10-jarige puber in de gang staan gillen over coke en het vraagstuk wat dat in hemelsnaam in het huis van mijn moeder doet. Terwijl zij nog geen tien meter verderop op bed lag. Shit, ze heeft het vast gehoord. ‘Mam, waarom ben je niet aan het werk?’ Verbaasd kijkt ze me aan. ‘Ik heb je toch geappt? Ik ben ziek’, antwoordt ze. Ik kijk in haar bleke gezicht dat qua kleur in de buurt komt van haar witte badjas en de coke en pak mijn telefoon. Ze heeft me inderdaad geappt, ik zie dat ik het bericht zelfs geopend heb. Blijkbaar was ik thuis al zo overprikkeld dat het niet is blijven hangen. Mijn gebrekkige geheugen brengt me vaker in ongemakkelijke situaties, maar deze hoort zeker in de top drie thuis..

Twee minuten later sloft ze terug naar haar slaapkamer. Direct bel ik mijn partner in crime terug. Ze ligt in een deuk als ik haar vertel dat mijn moeder tijdens ons gesprek gewoon een paar meter verderop in bed lag ziek te zijn. ‘Misschien moet ze dan wat uit haar eigen medicijnassortiment gebruiken Faar en een snuifje van die coke nemen. Pept haar vast wel weer op!’ Ik zei het al: ze is briljant. Zelf was mijn moeder niet begonnen over hoe haar volwassen dochter zojuist als een tienjarige in de gang had staan gillen.

Drie dagen later zit ik tegenover haar aan de eetkamertafel. ‘ Zeg mam ik vroeg me dus iets af.’ Het beeld van mijn moeder die met haar neus in de cocaine hangt circuleert al dagen door mijn hoofd. Na 5 minuten brabbelen kom ik eindelijk aan bij de vraag die ik wil stellen:  ‘Ik vroeg me dus af wat die coke in je huis doet.. Maaike die dacht dat je het misschien op straat had gevonden en mee had genomen om het weg te halen uit de natuur?’

Geamuseerd kijkt ze me aan. ‘Ik dacht al dat je die vraag ging stellen toen je aan dit verhaal begon. Maar je denkt dus dat het coke is?’ – ‘Nou mam ik weet het wel zeker, ik heb namelijk mijn vinger er in gedipt en even geproefd met mijn tong.’ Aha, dus toch!’, roept ze verrast. ‘Ik dacht dat het Antrax was en wilde het afgeven bij de politie, maar toen werd ik ziek. ‘ANTRAX?! Wat is dat, net zoiets als GHB ofzo?’- ‘Nee Faar, het is van dat poeder dat ze ook in bombrieven gebruiken. Dat envelopje lag in mijn fietsmandje toen ik terug kwam uit het park. Toen heb ik het opengemaakt en ik dacht dus dat het Antrax was. Omdat ik het al aan had geraakt ben ik toen met mijn handen in een plastic zakje naar huis gefietst. Thuis heb ik mijn hele fiets uitgebreid schoongemaakt.’ Ik zie het compleet voor me. Mijn moeder die voor het eerst van haar leven een coke envelopje openmaakt en vervolgens denkt dat er een soort bombrief in haar fietsmand ligt. Echt, je kon me opvegen. ‘Het poeder van mijn moeder’ was ook een leuke titel voor dit stuk geweest.  

Ze vertelt me dat ze thuis haar twee vriendinnen Willie en Anne had gebeld. ‘Zij waarschuwde ook meteen dat ik nu dus op moest passen dat ik niet van mijn fiets getrokken zou worden, omdat ze het misschien terug willen.’ De lieve schat, de waarde van de inhoud van het envelopje is nog geen 40 euro. Stiekem baal ik dat ik erover begonnen ben. Dit zouden 2 nog komischere bladzijden in mijn dagboek zijn geworden als ik kon eindigen met een verhaal over hoe mijn moeder naar het politiebureau was gegaan met een envelopje coke. Compleet in de veronderstelling dat ze een zwaar explosief bij zich had. Ik eindig met de mededeling dat ik toch hoop dat als ze in het vervolg denkt een soort bom te hebben gevonden, ik haar kan aanbevelen om het dan niet in je eigen huis te bewaren.

Nooit gedacht dat ik uiteindelijk om de dag die begon met huilen op je bank en vluchten uit je eigen huis nu zo zou kunnen lachen! Het beeld van mijn moeder op de fiets met twee plasticzakjes om haar handen denkend dat ze een bombrief vervoert. Ik krijg het nooit meer uit mijn hoofd, maar ik ga er goed op dus deze prikkel mag nog heel lang in de prikkelverwerkingsfile in mijn hoofd blijven hangen.

Mijn moeder en ik lijken op elkaar qua sarcastische humor. ’s Avonds appt ze me; ‘Faar Maaike had dus eigenlijk gelijk, ik wilde het niet zomaar bij het huisafval afvoeren.’ Mijn moeder, type bio 2.0.

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe blogs, gedichtjes of andere hersenspinsels? Klik dan hier om BreinVenijn te volgen op Facebook!

@BreinVenijn

One Reply to “DAGBOEKMOMENT: Met mijn alien-oren cocaïne scoren”

  1. Hoi Fara,
    Ik ben Brig,een vriendin van je ome Pascal.Hij wees me op je blog,ik heb eea gelezen en ik moet je zeggen,je hebt er een fan bij!Respect en sterkte van tante Brig

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.